Hartstilstand bij kinderen: hoe vaak komt het voor?

Een hartstilstand bij kinderen is gelukkig zeldzaam. De meest voorkomende oorzaken zijn verstikking, verdrinking, trauma of een onderliggende hartafwijking. Bij kinderen is asystolie (volledig stilstaan van het hart) vaker de oorzaak dan ventrikelfibrilleren. Toch is reanimatie met AED altijd de juiste aanpak: het apparaat analyseert het ritme en geeft alleen een schok als dat zinvol is.

Wanneer gebruikt u kinderelektroden?

Leeftijd / gewichtElektrodenEnergie
Onder 8 jaar of lichter dan 25 kgKinderelektroden (pediatrisch)50–75 J (verlaagd)
8 jaar of ouder en 25 kg of zwaarderVolwassenenelektroden150–200 J (standaard)

Geen kinderelektroden beschikbaar? Gebruik de gewone volwassenenelektroden. Een AED met volwassenenelektroden is altijd beter dan geen AED. De kans op schade is veel kleiner dan de zekerheid van overlijden zonder interventie.

Kindermodus vs. kinderelektroden

Kinderelektroden (pediatrische pads)

Kleinere elektroden met ingebouwde weerstand die de schokenergie automatisch verlaagt. Werkt op alle AED's die compatibele aansluitingen hebben.

Voordeel: werkt op vrijwel alle modellen
Nadeel: apart aanschaffen, apart bewaren

Kindermodus (sleutel of schakelaar)

Ingebouwde functie die met een sleutel of schakelaar wordt geactiveerd (bijv. Philips FRx). Het apparaat verlaagt dan automatisch de schokenergie, ook met gewone elektroden.

Voordeel: altijd beschikbaar, geen aparte elektroden
Nadeel: alleen op modellen met deze functie

Plaatsing elektroden bij kinderen

Bij kleine kinderen kunnen de twee elektroden niet allebei op de voorzijde van de borst geplaatst worden zonder te overlappen. Gebruik dan de voor-achter-positie:

  • Standaard (volwassenen en grotere kinderen): één elektrode rechts onder het sleutelbeen, één links onder de oksel
  • Voor-achter (bij kleine kinderen): één elektrode midden op de borst, één midden op de rug tussen de schouderbladen

Reanimatie bij kinderen: wat verschilt er?

  • Borstcompressies: gebruik bij kinderen boven 1 jaar twee vingers of één hand. Diepte: 1/3 van de borstdiameter (ca. 4–5 cm). Ritme: 100–120 per minuut.
  • Bij zuigelingen (< 1 jaar): twee vingers op het midden van het borstbeen, net onder de tepellijn. Diepte: ca. 4 cm.
  • Beademing: kleinere volumes — blaas net genoeg in om de borst zichtbaar te zien rijzen. Mond-op-mond-en-neus bij zuigelingen.
  • Verhouding: 30 compressies : 2 beademingen. Bij twee hulpverleners: 15 : 2.

Begin met 5 initiële beademingen bij kinderen — dit wijkt af van het volwassenenprotocol. De oorzaak van een hartstilstand bij kinderen is vaker zuurstoftekort, dus beademing is extra belangrijk.

Voorbereiding als u met kinderen werkt

Werkt u bij een school, kinderopvang, sportvereniging of zwembad? Zorg dan voor:

  • Een AED met kinderelektroden op locatie, of een model met ingebouwde kindermodus
  • Kinderelektroden met de AED meebewaren (niet in een aparte kast)
  • Minimaal één medewerker per dienst met training Kinder-BLS
  • Een duidelijk alarm- en actieplan: wie belt 112, wie haalt de AED, wie begint met reanimeren