Mortaliteit
Een hersenbloeding heeft een hoge sterfte: circa 40% van de patiënten overlijdt binnen 30 dagen. Bij een subarachnoïdale bloeding door een gebarsten aneurysma ligt de sterfte nog hoger. De meeste sterfgevallen treden op in de eerste 24–72 uur door inklemming van de hersenstam als gevolg van hersenoedeem en verhoogde hersendruk.
Factoren die de prognose bepalen
- Grootte van de bloeding: grotere hematomen geven meer druk en een slechtere prognose
- Locatie: bloedingen in de hersenstam of thalamus zijn ernstiger dan oppervlakkige bloedingen
- Bewustzijnsgraad bij opname: hoe dieper het bewustzijn is gedaald, hoe slechter de prognose
- Leeftijd: oudere patiënten herstellen minder goed
- Ventrikelinfiltration: bloed in de hersenkamers verslechtert de prognose
- Gebruik van bloedverdunners: verhoogt het risico op voortduren van de bloeding
Herstel
Bij overleving kan het herstel aanzienlijk zijn, maar is vaak trager en onvollediger dan na een herseninfarct. De eerste 3 tot 6 maanden treedt de meeste verbetering op. Restverschijnselen — verlamming, cognitieve problemen, vermoeidheid, epilepsie — kunnen blijvend zijn.
Circa 20% van de overlevenden is uiteindelijk volledig zelfstandig; een aanzienlijk deel heeft langdurige zorg nodig.
Preventie van een nieuwe bloeding
- Bloeddruk strikt reguleren (doel < 130/80 mmHg)
- Stoppen met roken
- Terughoudendheid met bloedverdunners; herbeoordeling van de indicatie
- Bij aneurysma: afsluiting door coiling of clipping
- Bij AVM: behandeling afhankelijk van grootte en locatie