Ga naar de beginpagina van Hartaanval.nl

Onderzoek

U bevindt zich hier: Patiënten informatie » Onderzoek na een hartaanval

Onderzoek in het ziekenhuis

Bloedonderzoek

Het bloed wordt in het laboratorium onderzocht op stoffen die vrijkomen bij het afsterven van de hartspier. De uitslag is al na enkele uren bekend. In combinatie met het overige onderzoek kan na enkele dagen door de arts gezegd worden hoe groot de schade aan het hart is.

Echocardiografie

Middels ultra-geluidsgolven kunnen dwarsdoorsnedes van het hart gefotografeerd worden. Tegelijk kan een doppler-meting uitgevoerd worden, waarbij snelheid en stroomrichting van het bloed in het hart wordt gemeten. Op die manier wordt een beeld gekregen van de ernst van de hartafwijking.

Het echocardiogram kan van buiten het lichaam gemaakt worden, maar wordt ook wel vanuit de slokdarm gedaan. De slang moet dan wel doorgeslikt worden en dat kan als onaangenaam ervaren worden. Uiteraard wordt de slang na het onderzoek weer uit de slokdarm gehaald.

Elektrocardiogram (ECG of hartfilmpje)

Bij een elektrocardiogram wordt het elektrische stroomverloop door het hart zichtbaar gemaakt. Hiervoor worden er plakkers op armen, benen en borst geplakt. Hiermee kunnen gebieden met hartschade of met ontoereikende doorbloeding opgespoord worden. Tevens wordt hiermee het hartritme gevolgd, zodat men tijdig levensbedreigende ritmestoornissen kan vaststellen.

Soms wil de arts een 24-uursregistratie van de hartactiviteit maken. De plakkers blijven dan zitten en op een draagbaar bandrecordertje worden de elektrische signalen opgeslagen.

Ook is het mogelijk dat er enkele weken na het infarct een inspanningstest wordt gedaan om te zien hoe het hart en de bloedsomloop reageren bij inspanning. Tijdens fietsen op een hometrainer of lopen op een lopende band, wordt een ECG gemaakt en wordt de bloeddruk gemeten. Ook kan na het opzetten van een mondstuk, de zuurstofopname worden gemeten.

Borstfoto

Een onderzoek dat meestal gedaan wordt, is het maken van een röntgenfoto van de borst. Hieruit kan men wat zeggen over de doorbloeding van de longen en de omvang en vorm van het hart.

MRI-onderzoek

Een MRI-onderzoek is zelden nodig. Bij MRI-onderzoek (Magnetic Resonance Imaging) wordt met behulp van een sterke magneet een beeld verkregen van het hart en de grote slagaders. Gemeten wordt wat de ejectiefractie is: hoeveel procent van het bloed dat vóór de hartslag in het hart zit, wordt uit het hart de aorta ingestuwd (dit is zuurstofrijk bloed). Normaal is dit 60%. Is dit bijvoorbeeld 32%, dan wordt er iets meer dan de helft van het normale vermogen aan bloed door het hart het lichaam ingepompt.

U bevindt zich hier: Patiënten informatie » Onderzoek na een hartaanval
E-mail een vriend(in)
Print deze pagina
Favorieten