|
Acute faseAcute fase na een hartaanvalOp de plaats van de hartaanvalUit onderzoek is naar voren gekomen dat bijna de helft van alle hartaanvallen fataal afloopt. Het grootste aantal overlijdens (60%) vindt reeds plaats vóór aankomst in het ziekenhuis. Patiënten die tijdig in het ziekenhuis aankomen, hebben een veel betere overlevingskans mede dankzij het toepassen van nieuwe medicatie en de behandelingen. De strijd tegen de hartaanval zal vooral moeten gebeuren buiten het ziekenhuis en in het bijzonder bij de patiënt. Ademt een patiënt niet meer, dan is het van groot belang om door middel van kunstmatige of mond-op-mond beademing en hartmassage het slachtoffer in leven te houden (de bloeddoorstroming en zuurstofvoorziening op gang te houden). Uiteraard moet direct 112 gebeld worden met de melding dat iemand een hartaanval heeft en natuurlijk waar het slachtoffer zich bevindt. Als het ambulancepersoneel binnen enkele tientallen minuten ter plaatse is, kan door defibrillatie (stroomstoten ter hoogte van het hart) het hart weer op worden gestart. Zodra het slachtoffer weer ademt, wordt zuurstof toegediend en vaak ook een morfinebevattend middel tegen de pijn. Ook kan het slachtoffer aspirine krijgen om op te kauwen. Dit om de vorming van nieuwe bloedstolsels tevoorkomen, waardoor er een tweede hartinfarct zou kunnen plaatsvinden. In het ziekenhuisAls de afsluiting van de ader in het hart nog niet zo lang bestaat dat de spierschade al onherstelbaar is, kan in het ziekenhuis getracht worden het afgesloten bloedvat weer te openen. Dit kan door middel van bloedstolseloplossende middelen (trombolytica genoemd) of door te dotteren. Blijven ritmestoornissen (onregelmatig kloppen) uit of kunnen ze succesvol worden bestreden, en is de schade aan de hartspier niet zo groot dat de pompfunctie ernstig is verminderd, dan kan binnen enkele weken genezig plaatsvinden. Wel is de kans groot dat er schade is opgetreden en dat de hartfunctie verminderd is. |
Alle MediStart websites
|
